Onderstaand vindt u twee video's met daarin een toelichting op:

  • wat is een informatiemodel, wat staat erin en wat kan ik er uithalen? (video 1)
  • wat is het Informatiemodel Externe Veiligheid en hoe lees ik het? (video 2)

 

Wat is een informatiemodel?

Informatie uit de werkelijke wereld willen we vaak digitaal vastleggen.
We hebben informatiestandaarden gemaakt om dat systematisch te kunnen doen.
Deze standaarden bevatten afspraken over hoe je informatie structureert.
Het resultaat komt in een informatiemodel.

Een informatiemodel is een digitaal model van de werkelijkheid.
Het informatiemodel geeft weer hoe je informatie uit onze leefomgeving digitaal vastlegt.
Een informatiemodel gebruikt vooraf gedefinieerde bepaalde termen.
De termen refereren aan een specifiek onderdeel van de werkelijkheid.
De termen zijn opgenomen in een begrippenlijst of gegevenswoordenboek.
In een gegevenswoordenboek zijn de afspraken en definities vastgelegd.

Stel we willen een informatiemodel van door de gemeente te beheren straatmeubilair.
Een lantaarnpaal is dan bijvoorbeeld een object dat we daarin beschrijven.
We definiëren dit object als een lichtmast.
In het bijbehorende gegevenswoordenboek definiëren we lichtmasten als:
een mast voor het dragen van één of meerdere lichtpunten.

Een lichtmast heeft verschillende eigenschappen zoals bijvoorbeeld hoogte, materiaal en het aantal lichtpunten.
Dit noemen we attribuutsoorten. Attribuutsoorten zijn gedefinieerd in het gegevenswoordenboek.
Soms heeft een attribuutsoort maar een paar vooraf gedefinieerde waarden.
In het geval van lichtpunten kan het gaan om LED- of gloeilampen.
In zo’n geval heeft de attribuutsoort een vooraf bepaalde waardenlijst, oftewel enumeratie.

Het object lichtmast is onderdeel van de groep, of objecttype, lichtmasten.
Alle objecten van het objecttype lichtmasten worden volgens dezelfde attribuutsoorten beschreven in dit informatiemodel.
Op deze manier wordt het object lichtmast vastgelegd in het informatiemodel van door de gemeente te beheren straatmeubilair.

In een informatiemodel worden doorgaans meerdere objecten en hun onderlinge relaties beschreven.
Zo is een lichtmast niet het enige straatmeubilair dat de gemeente in beheer heeft.
Er zijn bijvoorbeeld ook bankjes en prullenbakken.
Een van de beschreven onderliggende relaties, is dan bijvoorbeeld de ligging ten opzichte van elkaar.

Via de informatiemodellen zorgen wij voor uniforme informatieverzameling.
Iedereen die gebruik maakt van hetzelfde informatiemodel, structureert gegevens op dezelfde manier.
De gegevens hebben in dit geval gelijke begrippen en definities.
Zo hebben we het allemaal over hetzelfde en kunnen we informatie gaan uitwisselen.

Uitleg informatiemodel REV

In het Register Externe Veiligheidsrisico’s worden gegevens vanuit verschillende bronnen aan
elkaar gekoppeld. Deze gegevens zijn gebaseerd op de wettelijke definities.

Het Register Externe Veiligheid moet zorgen voor eenduidige informatievoorziening.
Daarom maken we bij het register gebruik van informatiemodellen.

Hier ziet u het informatiemodel van het Register Externe Veiligheidsrisico’s.
We noemen dit het IMREV. U leest het informatiemodel van links naar rechts.

De blauwe blokken vormen de basis van het IMREV. Dit zijn de hoofdobjecten.
Ieder blauw blok heeft verschillende blokken om zich heen die naar de hoofdobjecten wijzen.
Deze blokken geven de eigenschappen, ofwel de attribuutsoorten, van de blauwe blokken weer.

Het eerste blauwe blok is de LocatieEVactiviteit, ofwel de bedrijfslocatie.
Er wijzen oranje blokken naar dit blok. Deze geven eigenschappen van de locatie weer zoals adres en bedrijfsnaam.

Het tweede blauwe blok is de EVactiviteit. Dit is de activiteit die mogelijk consequenties heeft voor de veiligheid buiten het bedrijfsterrein.
Naar dit blauwe blok wijzen groene blokken.De groene blokken geven alle activiteiten in het Register Externe Veiligheidsrisico’s weer.
De Omgevingswet bepaalt welke activiteiten het Register opneemt.

Het volgende blauwe blok is: ReferentieEVContour. De Omgevingswet definieert de referentiepunten per activiteit.
De referentiepunten worden gebruikt om het vierde blauwe blok te definiëren: EVContour.
De EVcontouren duiden gebieden aan waar speciale regels gelden.
Binnen deze gebieden moeten soms maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen beperken de gevolgen van eventuele ongevallen.
Het type contour geeft aan wat mogelijk is binnen dat gebied.
De Omgevingswet bepaalt welke contouren een vaste afstand hebben en welke berekend moeten worden. Het IMREV geeft dit weer.

De uitkomsten komen in het Register Externe Veiligheidsrisico’s. Daarvandaan worden de contouren ook getoond op een kaart.
Het IMREV geeft de definities en samenhang. Het laatste blauwe blok is GebouwOfLocatie.
Dit geeft kwetsbare gebouwen of locaties weer waarvoor de activiteiten een veiligheidsrisico kunnen vormen.
Boven de blauwe blokken staat nog een aantal losse blokken. Deze blokken hebben geen zichtbare relaties.
Ze bepalen de invulling van corresponderende eigenschappen door de limitatieve keuzemogelijkheden te geven.
Bijvoorbeeld, onder EVContour staat in het blok PRContour een verwijzing naar “TypePlaatsgebondenRisico”.
Dit refereert naar één van de losse gele blokken bovenin. Het heeft de titel Type PlaatsgebondenRisico”.
Dit blok bevat de limitatieve opsomming van de mogelijke PR-contouren.
Dit blok is te vinden boven de blauwe blokken. Het is, net als de andere gele blokken een enumeratie.
Enumeraties zijn keuzelijsten met vaste waarden.

De oranje blokken tonen de datatypen. De groene blokken zijn geometrische vastleggingen.
Het IMREV toont het algehele informatiemodel. Van elke EV-activiteit in de Omgevingswet is ook een apart informatiemodel beschikbaar.

Als voorbeeld doorlopen we het informatiemodel van een windturbine met vergunningsverplichting.
Het informatiemodel begint met de Locatie-EV-activiteit. Dit is de locatie van het bedrijventerrein of de kadastrale aanduiding waar de windturbine staat.

Vervolgens vullen we een beschrijving van EVActiviteit in: hier is dat bijvoorbeeld of er sprake is van één of meerdere windturbines.
Als derde vullen we de referentiepunten in die horen bij deze windturbine. De wet definieert welke referentiepunten bij een windturbine horen.
Het gaat hier bijvoorbeeld om vermogen, ashoogte en rotordiameter.

Het vierde blok is EVContour. Hier worden de contouren gedefinieerd. Voor windturbines zijn dit onder andere het trefgebied en het ijsvalgebied.
Zo ziet het informatiemodel van een windturbine er uit.

Als iedereen de definities uit het IMREV gebruikt, kan informatie tussen verschillende ICT-systemen beter uitgewisseld worden.